Voor leerlingen (HowTo)

Hoe gebruik je deze site, of breder gezegd: hoe leer je natuurkunde?

De site is opgezet als een boek: de hoofdstukken (onderwerpen) staan aan de linkerkant. Wanneer je een hoofdstuk opent, krijg je de paragrafen en kun je dus door de bladzijden bladeren. Onderaan iedere pagina staan ook links naar de volgende en vorige bladzijde. Zo kun je eenvoudig door de stof navigeren.

Boven ieder filmpje staat een korte omschrijving/inleiding. Een uitgebreidere omschrijving staat bij het flmpje op YouTube. Deze is ook op de site te lezen door bovenin het filmpje op "More info"  te klikken. Zo krijg je een beter beeld waar het filmpje over gaat. Filmpjes die zijn opgenomen in de les zijn vooral gericht op de bovenbouw, evenals filmpjes met een blauwe achtergrond. Filmpjes met een groene achtergrond zijn gemaakt voor de onderbouw.

 

1e keer dat je de stof ziet

De stof staat hier per onderwerp gerangschikt. Tijdens het kijken is het handig om aantekeningen te maken, zodat je actief kijkt. Bedenk je in ieder geval achteraf wat je gezien/geleerd hebt. Het is een algemene valkuil om iets passief te kijken; er niet over na te denken. Het is verstandig om de stof vanuit meerdere kanten te bekijken. Je zou dit kunnen doen door de theorie in het boek te lezen, of op de online leeromgeving van Twente Academy te kijken.

Begrijp je de uitleg, ga dan aan de slag met sommen. Ook hiervoor geldt: bedenk per som achteraf wat je geleerd hebt van de som. Weersta de verleiding om met het antwoordenboek te werken: kijk alleen na als je het af hebt... Bij sommige filmpjes staan ook applets. Gebruik deze om eens mee te spelen: ontdek hoe de natuurkunde in de praktijk werkt.

Ben je klaar met de sommen en heb je alles begrepen, dan is het verstandig de stof te laten bezinken. Dit kun je doen door een samenvatting te maken, maar dit is niet de meest efficiënte manier. Een begrippenkaart of mindmap geeft een beter overzicht en is nog leuker om te maken ook!

 

Herhalen van de stof

Het is niet nodig om alle filmpjes nog een keer te kijken: maak eerst sommen en kijk dan naar wat niet lukt. Het is verstandig om examenopgaven te oefenen wanneer je een onderwerp volledig in de vingers hebt. Mocht dat nog niet zo zijn, maak dan eerst een voorbeeldproefwerk of d-toets over de stof. Gaat ook die stroef, maak dan de opgaven in het hoofdstuk over dat onderwerp.

Feitelijk werk je dus van boven naar beneden, precies andersom als wanneer je de stof voor het eerst ziet. Je begint met het meest lastige (examenopgaven) en werkt zo terug naar de basis (sommen in het hoofdstuk). Je maakt zo nooit teveel, maar weet precies welke stof je nog moet bestuderen.

 

Algemene valkuilen

De volgende valkuilen heb ik vaak gezien bij leerlingen:

  • Grootheden en eenheden verkeerd (km gebruiken terwijl het m is etc.)
  • Gebrek aan nieuwsgierigheid/verwondering ("Klopt het wat ik uitreken?" "Wat ben ik eigenlijk aan het uitrekenen?")
  • Antwoordenboek onder handbereik ("oh, dat begrijp ik wel" "Zo had ik het ook gedaan")

Zorg ervoor dat jij hier niet intrapt!