Lenzen

Breking is leuk, maar uiteindelijk willen we iets met licht: zien. Dit doen we met behulp van onze ogen, en dan met name onze lens. Lenzen gebruiken we veel: om voorwerpen te vergroten (beamer) en te verkleinen (oog). We beginnen eerst met een ouder filmpje over de eigenschappen van een lens. Hierin worden de verschillende begrippen uitgelegd en de afstanden benoemd. Nadat je dit filmpje begrijpt, kunnen we praten over lenzen.

Nu we de begrippen kennen en weten dat een positieve lens de stralen naar elkaar toe buigt, kunnen we een beeld construeren van een voorwerp. We kijken daarvoor naar de belangrijkste stralen, stralen die altijd hetzelfde lopen. Dit zijn de constructiestralen.

Bij lenzen maak ik veel gebruik van een applet van PhET, namelijk deze:

Lenzen-applet

Nu kun je ook weten waar het beeld komt, zonder dit eerst te tekenen. Het is namelijk te berekenen met de lenzenformule. Hoe dat werkt, wordt in het volgende filmpje uitgelegd.

In het vorige filmpje werd kort uitgelegd hoe het zat met vergroting, onderstaand filmpje behandeld vergroting uitgebreider.

 

Wanneer stralen ergens vandaan lijken te komen, maar in werkelijkheid daar niet vandaan komen, praten we over een virtueel beeld. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een vergrootglas.

Niet iedereen heeft een perfect lijf, dus ook niet een perfect oog. Gelukkig bestaan er brillen om toch scherp te kunnen zien. Deze uitleg gaat over oogafwijkingen.